Deze website maakt gebruik van cookies

CCE maakt standaard gebruik van functionele en analytische cookies. Overige cookies plaatsen we alleen met jouw toestemming. Je kunt alle cookies accepteren of specifieke keuzes maken via de aangepaste instellingen

Meer informatie over cookies op deze website

Cookie instellingen

Selecteer de cookies die je wilt accepteren. Je kunt meer lezen over cookies en jouw privacy in onze statement.

Cookie-opties

Cookies die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de website.

Analytische cookies houden anoniem bezoekgegevens bij die wij gebruiken om onze website te verbeteren.

Analytische cookies die extra tracking van webstieverkeer mogelijk maken om de website te verbeteren. Denk aan het gebruik van Hotjar voor het uitvragen van feedback op onze website.

Cookies van derden, zoals Youtube, Vimeo en Springcast, die worden uitgezet op onze website. Op onze website ontsluiten wij content van deze diensten voor o.a. video’s en podcasts. Deze cookies worden gebruikt om gepersonaliseerde aanbevelingen te geven en advertenties te tonen binnen video’s.

Hoe verloopt de zintuiglijke informatieverwerking (sensomotorische informatieverwerking)?

Onder zintuigen verstaan we gezichtsvermogen, gehoor, reukzin, smaakzin, tastzin, evenwichtszin en proprioceptie (positiezin). Doorgaans is iets waarnemen met de zintuigen aanleiding om iets te doen of juist niet iets te doen. De samenwerking tussen waarnemen en de activiteit die daarop volgt, wordt sensomotorische informatieverwerking (SI) genoemd.

Problemen met de SI ontstaan door stoornissen in de verwerking van deze zintuigprikkels. Hierdoor kunnen cliënten reageren alsof ze in gevaar verkeren (met vluchten of vechten) of negeren cliënten de zintuigprikkels juist. Ze richten de aandacht op een verkeerde manier en merken de eigen bewegingen onvoldoende op. Hierdoor ontstaan er problemen met de concentratie en het leren van dingen en gebruiken ze de informatie uit de spieren en gewrichten (proprioceptie) te weinig.

Cliënten die moeilijk sensorische informatie verwerken, kunnen niet vertrouwen op de informatie vanuit hun zintuigen, hoewel de zintuigen zelf intact zijn. Als zij niet kunnen vertrouwen op hun zintuigen kunnen zij het contact met zichzelf verliezen. Dit kan zich uiten in: extreme activiteiten ondernemen zonder gevaar te zien of juist bij de kleinste activiteiten bang zijn; fel reageren op voor anderen gewone prikkels; hyperactiviteit of juist weinig bewegen en moe zijn; onhandigheid, veel vallen en evenwichtsproblemen hebben; schrikken van aanrakingen.

Vooral bij cliënten die druk, angstig, onhandig of hoog sensitief zijn veroorzaakt een niet goed functionerende SI extra problemen. Maar ook bij cliënten met DCD, een allergie, een autisme spectrum stoornis of het downsyndroom en bij cliënten met een motorische of een verstandelijke beperking. De cliënten tonen een wisselvallig gedrag, hebben moeite met hun concentratie en kunnen niet stil zitten. Ze zijn onhandig, vallen veel, hebben een slechte coördinatie, een slecht evenwicht, moeite met spelen of samenspelen, met aankleden en reageren om onduidelijke redenen emotioneel.