Deze website maakt gebruik van cookies

CCE maakt standaard gebruik van functionele en analytische cookies. Overige cookies plaatsen we alleen met jouw toestemming. Je kunt alle cookies accepteren of specifieke keuzes maken via de aangepaste instellingen

Meer informatie over cookies op deze website

Cookie instellingen

Selecteer de cookies die je wilt accepteren. Je kunt meer lezen over cookies en jouw privacy in onze statement.

Cookie-opties

Cookies die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de website.

Analytische cookies houden anoniem bezoekgegevens bij die wij gebruiken om onze website te verbeteren.

Analytische cookies die extra tracking van webstieverkeer mogelijk maken om de website te verbeteren. Denk aan het gebruik van Hotjar voor het uitvragen van feedback op onze website.

Cookies van derden, zoals Youtube, Vimeo en Springcast, die worden uitgezet op onze website. Op onze website ontsluiten wij content van deze diensten voor o.a. video’s en podcasts. Deze cookies worden gebruikt om gepersonaliseerde aanbevelingen te geven en advertenties te tonen binnen video’s.

Zoeken naar somatische verklaringen voor probleemgedrag

Somatische aandoeningen kunnen bij mensen met een verstandelijke beperking een belangrijke oorzaak zijn voor probleemgedrag zoals automutilatie en agressie. In de visie van CCE staat probleemgedrag nooit op zichzelf; het vindt altijd plaats in een bepaalde context.

In die context is sprake van mensen (sociale omgeving) en omstandigheden (de omgeving waarin de persoon woont of werkt). Het probleemgedrag is het resultaat van een negatieve wisselwerking tussen de persoon met zijn specifieke beperkingen en zijn context. Gedrag wordt probleemgedrag als het door betrokkenen als een probleem wordt ervaren. Probleemgedrag bestaat dus nooit zonder context. CCE volgt daarmee de definitie van probleemgedrag die gehanteerd wordt door de European Association on Mental Health in Intellectual Disabilities (EAMHID, 2007).

Omdat probleemgedrag in deze visie in algemene zin niet bestaat zonder context, is het van belang de factoren die het gedrag veroorzaken of in stand houden zowel in de persoon zelf als in zijn of haar omgeving als in de interactie tussen beide in kaart te brengen. Bij ontstaansfactoren of instandhoudende factoren in de persoon wordt door CCE een onderscheid gemaakt tussen biologische en psychologische factoren. Bij ontstaansfactoren of instandhoudende factoren in de omgeving maakt CCE onderscheid in sociale omgeving, fysieke (fysische) omgeving en organisatie.

In deze informatie leggen wij de nadruk op de somatische aandoeningen (de biologische factoren). Ondanks de onomstreden relatie tussen (probleem)gedrag en een somatische aandoening wordt een somatische aandoening als verklaring voor probleemgedrag nogal eens gemist. 

Somatische aandoeningen kennen zichtbare en verborgen symptomen. Klachten worden soms niet geuit of gesignaleerd. Om het gedrag van de cliënt te begrijpen, hebben we een Model gemaakt waarvan de onderdelen stap voor stap uitgewerkt kunnen worden. Vervolgens kun je inzoomen op een selectie van 70 van de meest voorkomende somatische aandoeningen, welke ten grondslag kunnen liggen aan probleemgedrag. Voor iedere aandoening is beschreven:

  • Wat is de aandoening?
  • Welke klachten geeft deze aandoening.
  • Hoe vaak de aandoening voorkomt in de algemene bevolking en bij mensen met een verstandelijke beperking (in percentages weergegeven).

Je kunt zoeken op aandoening of op klacht voor deze selectie van 70 van de meest voorkomende somatische aandoeningen.