Deze website maakt gebruik van cookies

CCE maakt standaard gebruik van functionele en analytische cookies. Overige cookies plaatsen we alleen met jouw toestemming. Je kunt alle cookies accepteren of specifieke keuzes maken via de aangepaste instellingen

Meer informatie over cookies op deze website

Cookie instellingen

Selecteer de cookies die je wilt accepteren. Je kunt meer lezen over cookies en jouw privacy in onze statement.

Cookie-opties

Cookies die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de website.

Analytische cookies houden anoniem bezoekgegevens bij die wij gebruiken om onze website te verbeteren.

Analytische cookies die extra tracking van webstieverkeer mogelijk maken om de website te verbeteren. Denk aan het gebruik van Hotjar voor het uitvragen van feedback op onze website.

Cookies van derden, zoals Youtube, Vimeo en Springcast, die worden uitgezet op onze website. Op onze website ontsluiten wij content van deze diensten voor o.a. video’s en podcasts. Deze cookies worden gebruikt om gepersonaliseerde aanbevelingen te geven en advertenties te tonen binnen video’s.

Analyse van de factoren die verband kunnen houden met het probleemgedrag

Gebruikt de cliënt genotsmiddelen?

Genotsmiddelen zijn psychoactieve stoffen die door mensen worden gebruikt om zich beter te voelen. De bekendste zijn tabak (nicotine), koffie en thee (cafeïne), alcohol, benzodiazepines en cannabis. Daarnaast is er nog een grote groep illegale middelen, zoals opiaten (morfine, heroïne), cocaïne, amfetamine en XTC.

Naast de gewenste werking is er ook altijd sprake van bijwerkingen. Bijvoorbeeld roken verhoogt het risico op allerlei ziekten en beïnvloedt de afbraaksnelheid van veel geneesmiddelen en dus de bloedspiegels. Er kan sprake zijn van recreatief gebruik van genotsmiddelen of van verslaving.

Een verslaving kenmerkt zich door een sterke hunkering of zucht (craving) naar het middel, een verminderd vermogen om het gebruik te beheersen, een toegenomen tolerantie voor het middel en onthoudingsverschijnselen bij het stoppen. Een verslaving wordt in stand gehouden door het gebruik van het middel zelf of doordat het direct inwerkt op de hersenen. Er is sprake van een lichamelijke en psychische afhankelijkheid.

Een psychische afhankelijkheid betekent dat iemand een stof denkt nodig te hebben of denkt lekker te vinden en niet meer zonder kan. Een lichamelijke afhankelijkheid houdt in dat het menselijk lichaam gewend is geraakt aan het middel en zich daaraan heeft aangepast. Wordt het middel gestaakt, dan ontstaan er onthoudingsverschijnselen zoals koorts, slapeloosheid, braken of hoofdpijn of zelfs een delier. Veel genotsmiddelen geven direct of op langere termijn (ernstige) lichamelijke of geestelijke problemen.

Een veel voorkomend voorbeeld is de afhankelijkheid van cafeïne. Bij regelmatig en veel koffiegebruik ontstaat een lichamelijke en psychische afhankelijkheid. Als het koffiegebruik wordt gestaakt, treden er onaangename onthoudingsverschijnselen op zoals vermoeidheid, hoofdpijn, prikkelbaarheid, stoornissen van het maag-darmkanaal en gevoelens van malaise. Doordeweeks veel en in het weekend weinig koffie drinken kan deze klachten veroorzaken.