Deze website maakt gebruik van cookies

CCE maakt standaard gebruik van functionele en analytische cookies. Overige cookies plaatsen we alleen met jouw toestemming. Je kunt alle cookies accepteren of specifieke keuzes maken via de aangepaste instellingen

Meer informatie over cookies op deze website

Cookie instellingen

Selecteer de cookies die je wilt accepteren. Je kunt meer lezen over cookies en jouw privacy in onze statement.

Cookie-opties

Cookies die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de website.

Analytische cookies houden anoniem bezoekgegevens bij die wij gebruiken om onze website te verbeteren.

Analytische cookies die extra tracking van webstieverkeer mogelijk maken om de website te verbeteren. Denk aan het gebruik van Hotjar voor het uitvragen van feedback op onze website.

Cookies van derden, zoals Youtube, Vimeo en Springcast, die worden uitgezet op onze website. Op onze website ontsluiten wij content van deze diensten voor o.a. video’s en podcasts. Deze cookies worden gebruikt om gepersonaliseerde aanbevelingen te geven en advertenties te tonen binnen video’s.

Herkenning en definiëring van probleemgedrag in multidisciplinair overleg

Hoe vaak komt het probleemgedrag voor, hoe lang houdt het aan, waar en wanneer, tijdstip op de dag, wat gebeurt er voorafgaand en na afloop aan het gedrag, wat is de impact op cliënt en omgeving, is er sprake van ingrijpende life events?

Omdat probleemgedrag nooit bestaat zonder context is het van belang de factoren die het gedrag veroorzaken of in stand houden zowel in de persoon zelf als in zijn of haar omgeving als in de interactie tussen beide in kaart te brengen. Bij ontstaansfactoren of in standhoudende factoren in de persoon wordt door CCE een onderscheid gemaakt tussen biologische en psychologische factoren. Bij ontstaansfactoren of in standhoudende factoren in de omgeving maakt CCE onderscheid in sociale omgeving, fysieke omgeving en organisatie.

Onder biologische (persoons)factoren rekent CCE de problemen met bijvoorbeeld visus of gehoor, syndromen en genetische defecten, somatische ziekten die pijn of ongemak of vermoeidheid veroorzaken, neurologische ziekten of problemen, zoals degeneratieve stoornissen en hersenletsel. Onder psychologische factoren worden problemen met onder andere perceptie, cognitie, emotie, motivatie gerekend. Ontstaansfactoren en instandhoudende factoren in de omgeving kunnen hun oorsprong vinden in de sociale omgeving (bijvoorbeeld familie, personeel, medecliënten), de fysieke omgeving (zoals gebouw, inrichting, licht, geluid) en de organisatie (bijvoorbeeld visie, personeelsbeleid of opleiding).

Over hoe deze factoren op elkaar inwerken en leiden tot het ontstaan of in stand houden van probleemgedrag zijn geen algemene uitspraken te doen. Iedere situatie kent zijn eigen dynamiek. Om probleemgedrag te verklaren of te begrijpen en effectief te kunnen interveniëren wordt steeds gekeken naar de specifieke cliënt in de specifieke context waarin deze verkeert. CCE hanteert als uitgangspunt dat dit systematisch gebeurt in een cyclus die start met beeldvorming, vervolgd wordt met interventies op basis van de beeldvorming, waarna de effectiviteit van de interventie geëvalueerd wordt in termen van het resultaat daarvan voor de persoon.

In schema ziet dit er als volgt uit:

visie op probleemgedrag

visie op probleemgedrag1